logo

Nieuwsbrief

november 2010

juni 2010

 

handen met map

Foto: Mirador Media - Anke Gielen

Samenwerking politie- bureau jeugdzorg

In 2007 hebben de Politie en Bureau Jeugdzorg het werkproces ‘Vroegsignaleren en doorverwijzen’ geïmplementeerd. Beide partijen hebben afgesproken dat alle signalen van zorgjongeren door de Politie worden aangeboden bij één loket van Bureau Jeugdzorg. Dit heeft geresulteerd in een concrete, niet-vrijblijvende samenwerking tussen de 25 Politieregio’s en de 15 Bureaus jeugdzorg in Nederland. In de periode januari 2010 tot en met december 2010 wordt een aanpak voor 12-min verdachten ingericht. Kinderen jonger dan 12 jaar die een delict plegen worden vanuit het oogpunt van zorg zo snel mogelijk doorgeleid naar de juiste hulpverlening. Deze aanpak wordt vormgegeven op basis van het bestaande werkproces ‘Vroegsignalerenen doorverwijzen’ van zorgjongeren tussen politie en Bureau Jeugdzorg.
   
Hier volgt een beschrijving van het werkproces, waarmee een zorgsignaal van een jongere formeel van Politie naar Bureau Jeugdzorg wordt overgedragen.

Achtergrond

De Politie komt in de praktijk regelmatig in aanraking met kinderen in zorgwekkende situaties. Kinderen die bedreigd worden, kinderen in situaties waarin ze slachtoffer of getuige zijn van huiselijk geweld, mishandeling of verwaarlozing. Kinderen die zwerf- en wegloopgedrag vertonen of in de prostitutie terecht dreigen te komen. De Politie komt achter deuren waar anderen niet komen. Ziet dingen die anderen niet zien. De Politie kan worden beschouwd als ‘de ogen en oren van de samenleving’1. Bij Politiemedewerkers ontstond er steeds sterker de indruk dat zogenaamde ‘zorgkinderen’ tussen wal en het schip vielen, doordat ze niet (tijdig) werden opgemerkt, en daardoor niet de hulpverlening ontvingen die zij verdienden2.


Hoewel Politiemedewerkers een belangrijke taak vervullen voor het signaleren van zorgelijke situaties rondom jongeren, bleek het verwijzen van een zorgjongere naar de juiste zorg niet altijd vanzelfsprekend. In een zoektocht naar de juiste hulpverleningsinstanties, werden Politiemedewerkers regelmatig geconfronteerd met uiteenlopende beperkingen bij zorginstanties (zoals beperkte beschikbaarheid, bevoegdheden en/of competenties), die het bieden van de noodzakelijke hulpverlening aan de jongere belemmerden. De Politiemedewerkers gingen met wisselend succes ‘shoppen’ bij verschillende organisaties, om de gepaste hulpverlening voor de jongere te vinden. Er ontstond een onbedoelde situatie waar een beroep op de Politie werd gedaan om de problematiek van zorgjongeren te beoordelen, en een doorverwijzing naar hulpverlening te organiseren. De signalerende taak van de Politie werd in de praktijk steeds vaker uitgebreid met zorgtaken.

Een werkgroep van de Politie heeft in 2005 de mogelijkheden verkend om op landelijk niveau eenduidige afspraken te maken over het melden van zorgsignalen met betrekking tot jongeren. Deze afspraken zouden ertoe leiden dat operationele Politiemedewerkers een ‘zorgjongere’ kunnen melden bij één loket van  één instantie in de jeugdzorgketen. De betreffende instantie is op haar beurt verantwoordelijk voor de beoordeling van de melding en de doorverwijzing naar adequate hulpverlening. De Bureaus Jeugdzorg bleken een aangewezen partner om een adequate invulling te geven aan deze taak.

In het voorjaar van 2006 hebben vertegenwoordigers van de Politie en de MOgroep Jeugdzorg een convenant afgesloten, waarin zij de doelstelling hebben geformuleerd dat ‘Politie en Bureau Jeugdzorg zorg dragen voor een adequate overdracht van zorgjongeren van de Politie naar de hulpverlening’. Onder het motto ‘het kind staat centraal’ zijn de landelijke werkafspraken bij alle Politiekorpsen en de Bureaus Jeugdzorg geïmplementeerd.

Het werkproces ‘Vroegsignaleren en doorverwijzen’

De landelijke werkafspraken tussen Politie en Bureau Jeugdzorg zijn per 1 januari 2007 van kracht gegaan. Binnen het werkproces zijn de verantwoordelijkheden van de beide ketenpartners als volgt afgebakend (zie figuur 1)3:

  • De Politie signaleert een zorgelijke situatie van het kind en verwijst door naar Bureau Jeugdzorg;
  • Bureau Jeugdzorg beoordeelt de zorgmelding, organiseert de benodigde hulpverlening en koppelt hierover terug naar de Politie.

figuur-1

Figuur 1    Schematische weergave van het werkproces ‘Vroegsignaleren en doorverwijzen’ tussen Politie en Bureau Jeugdzorg.


Hieronder worden de activiteiten van de Politie en Bureau Jeugdzorg zoals weergegeven in de negen processtappen in figuur 1 achtereenvolgens toegelicht.

Stap 1:    Signaleren

Een medewerker van de Politie (met minimaal de kwalificatie Basis Politiezorg; BPZ) signaleert een zorgelijke situatie van een kind.

Stap 2:    Gesprek en registreren

De Politiemedewerker heeft een gesprek met de zorgjongere en zijn/haar ouders/verzorgers. Bij lichte problematiek wordt de ouders/verzorgers geadviseerd vrijwillige hulp te zoeken.

Bij serieuze zorgsignalen of herhaalde lichte signalen volgt een formele overdracht van de zorgmelding tussen Politie en Bureau Jeugdzorg via het standaard zorgformulier. De Politiemedewerker legt daarvoor de melding van een zorgelijke situatie vast op het zorgformulier. Bij zeer spoedeisende hulp (dezelfde ingrijpen) doet de Politie een telefonische melding en wordt het zorgformulier achteraf ingevuld. Als uitgangspunt geldt dat iedere zorgmelding van de Politie bij Bureau Jeugdzorg wordt geregistreerd door middel van het zorgformulier.

De Politiemedewerker biedt de zorgmelding ter controle aan bij een interne kwaliteitscontroleur (een Politiemedewerker met minimaal een taakaccent ‘jeugd’).

Stap 3:    Controleren

Voordat het zorgformulier naar Bureau Jeugdzorg gaat voert de Politie een kwaliteitscontrole uit. Daarbij wordt gelet op de juistheid en volledigheid van de (beschikbare) gegevens op het formulier. Als de Politie een zorgformulier naar Bureau Jeugdzorg stuurt, stelt zij de ouders/verzorgers en andere betrokken daarvan op de hoogte.

Stap 4:    Verzenden.

De Politie stuurt het zorgformulier naar één centraal meldpunt van het Bureau Jeugdzorg in de desbetreffende regio.

Stap 5:    Ontvangen

Een medewerker van Bureau Jeugdzorg ontvangt het zorgformulier van de Politie op één centraal meldpunt en meldt de ontvangst van het zorgformulier bij de Politie.

Stap 6:    Beoordelen

Een medewerker van Bureau Jeugdzorg beoordeelt zo snel mogelijk na binnenkomst de melding via het zorgformulier en neemt eventueel contact op met de Politie voor aanvullende informatie en bepaalt of:

  1. de melding wordt opgepakt binnen Bureau Jeugdzorg (ook wel het ‘achterliggende veld’); of
  2. de melding wordt doorgestuurd en moet worden opgepakt door het lokale ‘voorliggende veld’; of
  3. er geen zorg ingezet hoeft te worden.


Dit geldt ook bij spoedeisende, mondelinge meldingen waarbij het zorgformulier later wordt opgestuurd.

Stap 7:    Verwijzen

Een medewerker van Bureau Jeugdzorg stuurt de zorgmelding (indien van toepassing) naar de betreffende hulpverlener/instelling en controleert de ontvangst van de zorgmelding door de hulpverlener/instelling. De regie voor de hulp aan kinderen (en ouders/verzorgers) in het geval van geïndiceerde zorg en/of (gedwongen) jeugdbeschermingsmaatregelen (ook wel het ‘achterliggende veld’) ligt bij Bureau Jeugdzorg.

Stap 8:    Terugkoppelen (Bureau Jeugdzorg)

Een medewerker van Bureau Jeugdzorg informeert de Politie met het landelijk Formulier Terugkoppeling over de beoordeling van de zorgmelding, wat er met de melding gedaan is en of, en zo ja, welke zorg is ingeschakeld. In de terugkoppeling zijn de naam en contactgegevens genoemd van de betreffende hulpverlener/instelling die de melding heeft opgepakt.

Stap 9:    Terugkoppelen (Politie)

Een medewerker van de Politie (met minimaal een taakaccent Jeugd):

  1. Ontvangt een landelijk Formulier Terugkoppeling van Bureau Jeugdzorg; en
  2. Registreert de terugkoppeling in het bronsysteem van de Politie; en
  3. Informeert de melder van het zorgsignaal (operationele Politiemedewerker) over de terugkoppeling.


Naast de negen processtappen die hierboven zijn genoemd, liggen twee algemene afspraken ten grondslag aan alle lokale samenwerkingsverbanden tussen Politie en Bureau Jeugdzorg:

Eén aanmeldadres bij Bureau Jeugdzorg

In principe spreken Bureau Jeugdzorg en de Politie per regio één centraal meldpunt af bij Bureau Jeugdzorg, waar de Politie alle zorgmeldingen naartoe kan sturen.

Overleg

In een periodiek overleg evalueren de Politie en Bureau Jeugdzorg de samenwerking en werkwijze binnen het werkproces.

 

 

1 Brochure ‘Vroeg signaleren en doorverwijzen met het zorgformulier’ Politie en MOgroep Jeugdzorg.
 
2 Goedee et al. (2009).
 
3 Bron: Politie en MOgroep. Brochure ‘Vroeg signaleren en doorverwijzen met het Zorgformulier’

 

---

 

 

 

logo MoGroep